Bij elke creatieve activiteit bestaat een soort spel. Het spel dat naast de gedachten, de gevoelens en de poging van de kunstenaar aan zijn kunstwerk een vorm geeft. Het spel kan gezien worden wanneer een kunstenaar bijvoorbeeld begint te schilderen (of voor sommige kunstenaars, beginnen erover te denken of te fantaseren). Spelen met zijn gedachten, met zijn fantasie, spelen met de materialen, met de technieken, met de vormen en de kleuren, spelen met de inhoud, kortom met alles waarmee een kunstenaar zich bezig houdt om tot een schilderij te komen. In die zin is het spel een deel van het werkproces en ook dat heeft invloed op de schepping en de voltooïng van een kunstwerk.


In de schilderkunst, sinds de renaissance, zijn er drie soorten spel.
De eerste soort noem ik het serieuze spel.
- Daarmee bedoel ik de schilderijen die naar geloof of ideologie verwijzen (religieuze schilderijen),
– of een nauwkeurig beeld en weergave van de werkelijkheid laten zien (realisme),
– of een directe uitdrukking van innerlijke expressie aantonen (expressionisme) en zelfs in sommige stijlen in de abstracte kunst zien we dit soort spel.

De tweede soort is speels.
- De schilderijen die in de late renaissance werden gemaakt met een overdreven en een onnatuurlijke compositie (maniërisme).
– De kunstwerken die waren gebaseerd op anarchie en het irrationele (dadaïsme)
– De beelden die variëren van dromerige helderheid tot angstwekkend visioen (surrealisme), ook het postmodernisme kan bij dit soort spel horen.

Het derde spel is een spel dat binnen de andere twee spelen zich zelden vertoont. Een spel dat zich met vraag en twijfel zichtbaar maakt.
Een goed voorbeeld is “De schepping van Adam” van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel. Iemand ligt op een rotsblok en steekt zijn hand als een koning uit naar de andere persoon (dit is God) en komt tot het aanraken van zijn vinger. In een plaats die men knielt op de grond en bid voor God en men trekt zijn hand en zijn hoofd omhoog om Hem te danken. Adam van Michelangelo met deze lichaamsverhouding daar boven op het plafond kan alleen een moderne mens zijn die volgens Nietzsche op de plek van God zit. In dit schilderij waarin de kunstenaar een belangrijk verhaal in het christendom (de schepping van Adam) wilde vertellen en in mijn verdeling dat hoort bij het serieus spel. Michelangelo heeft misschien onbewust het derde spel vertoond.

Over het kunstwerk van de belangrijke kunstenaars worden genoeg boeken en artikelen geschreven. Die boeken en artikelen zoeken vaak het antwoord van de vragen die daarover worden gesteld. Waarom heeft kunstenaar dit of dat gedaan? Wat wilde hij daarmee zeggen? Wat betekenen de tekens en de symbolen die schilderijen bevatten? Heeft hij de juiste vorm en kleur gekozen? Enzovoort.
Met mijn schilderijen wil ik die vragen niet beantwoorden. Ik heb aandacht voor het spel dat soms bewust of vaak onbewust door de kunstenaar in zijn schilderijen aangegeven wordt. Daardoor kijk ik naar werk van de andere kunstenaar alsof het gemaakt wordt en voordat het voltooid is.


In mijn werk heb ik ook een aantal andere punten in gedachten. Het schilderij dat ik van de andere kunstenaar gekozen heb, bij welke periode hoort het? Welke stijl heeft die kunstenaar en wat is eigenlijk zijn wereld? Ik concentreer me op de beeldtekens in die schilderijen, dus niet op het narratieve. Ik zal die kunstwerken vertegenwoordigen, want in eenentwintigste eeuw is figuratie in de schilderkunst onomkeerbaar geworden door fotografie en strenge aanwezigheid van de abstracte kunst.

We kunnen in mijn schilderijen een beeld van de andere kunstenaar zien en wanneer die wordt geïnterpreteerd, een beeld van wat we ervan geloven en wat we ervan zullen betwijfelen, een beeld van wat we ervan herkennen en wat we ervan zullen verzinnen. Bovendien verwijzen die naar hoe wij een schilderij zien. We kijken naar een bepaald schilderij niet maar naar de relatie tussen de schilderijen. We proberen direct of meestal indirect de beelden van een schilderij in relatie te brengen met eerdere werken die we gezien hebben. (we kijken naar iets met behulp van wat we ervan weten en met wat we ervan geloven.)